Look who's talking

omdat er altijd iets te vertellen is

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter
  • Linkedin
  • Dansen met Herinneringen

    Onlangs voltooide ik na jaren dromen eindelijk mijn eerste roman: Dansen met Herinneringen. Een roman geschreven voor mijn vader, om ze nog eenmaal samen op avontuur te sturen en ze afscheid te laten nemen op de manier die het leven hen niet toestond. Eind dit jaar in de winkels.

  • Wist je dat...

    ik naast teksten voor tijdschriften en boeken ook songteksten schrijf? Ik doe dat o.a. voor Edsilia Rombley, Jeroen v.d. Boom, Antje Monteiro, Vinzzent enzovoort. Voor laatstgenoemde scoorde ik eind 2011 eindelijk mijn eerste gouden plaat!

  • Robin...

    En dit is Robin. M'n allerbeste vriendje en geboren op 15 februari 2011. Het is echt een lieverdje en daar zijn we blij mee. Het maakt al het overige veel minder belangrijk.

  • Schrijven en vertalen

    Mijn dagelijks brood verdien ik met vertalen en copywriting voor bladen als Computer! Totaal, Tekst.nl, Tips en Trucs, Laikabooks enzovoort. Lekker druk, maar er is altijd ruimte voor meer. Snel iets goeds nodig? Mail me dan.

Posted by Martin Gijzemijter - - 3 reacties




Lief vriendje. Ongelooflijk, alweer een jaar geleden. Ik weet nog goed, dat ik, voordat je geboren werd, een tekst moest verzinnen voor je geboortekaartje. Ik vond dat moeilijk, want ik had geen idee wie je was. Ook was ik nog niet helemaal uit de naam. Martine vond Robin een mooie naam, maar het deed mij aan Batman denken. Dat is niet slecht, ik houd van superhelden, maar Robin is geen superheld, hij is het hulpje van Batman. Mijn kindje is geen sidekick, mijn kindje is een superheld, herinner ik me nog heel goed. Uiteindelijk noemde ik je twee dingen in de kaart: frummel en ons beste vriendje.

Een frummel dat was je zeker. Toen je net geboren was deed je me denken aan zo’n handdoek van de Donald Duck, die je krijgt als klein samengepropt pakketje, en die, als je hem in het water gooit, langzaam ontvouwt en ontrimpelt. In de dagen na je geboorte ontrimpelde je en ontvouwde je je. Niet tot een handdoek, maar tot een echte jongen. Het heeft echt een paar dagen geduurd voordat ik er iets bij voelde en daar maakte ik me zorgen om. Wat als dat gevoel nooit komt?

Je wordt vandaag één lieve jongen, en wat is er veel veranderd. Ik noemde je ons beste vriendje in je geboortekaartje, en hoeveel waarheid daarin schuilt had ik op dat moment nooit kunnen dromen. Ik ben nooit iemand geweest die hardop zegt ‘Ik hou van je’, maar tegen jou zeg ik het elke dag, meer dan eens en ik denk niet dat dat ooit stopt. Met vele genante momenten op het schoolplein tot gevolg, maar daar drinken we later wel een biertje op.

‘Maar met een jongetje knuffel je toch minder’ zei ik tegen Martine, toen de echo uitwees dat je niet ons meisje werd, maar ons ventje. Dat hebben we geweten. Je bent een echte knuffelkont en dat is zo heerlijk om te zien, maar nog veel lekkerder om te voelen. Je hebt het niet in de gaten, en zult het misschien ook nooit weten, maar jouw komst heeft alles veranderd. Hoe ik de dingen zie, hoe ik de dingen voel. Het doet er allemaal zoveel minder toe. Als de deur openzwaait en jij komt op handen en voeten mijn kantoor binnenwaggelen met die grote glimlach van je, dan kan de rest me niets meer schelen. Natuurlijk, ik moet die deadlines nog steeds halen, dat geld nog steeds verdienen, maar het is niet meer dan dat: geld en deadlines.

Dat papa een watje is, dat hebben we ook ontdekt. Als jij lacht, dan mag het en kom je overal mee weg. Gelukkig hebben we mama nog, die het niet zo grappig vindt als jij met pretogen de koektrommel plundert. Ik vind het verschrikkelijk als je valt of je bezeert en werp een vernietigende blik richting de persoon die je dat leed heeft berokkend. Buiten alle proportie, ik weet het, maar jij bent m’n vriendje, m’n alles, en het wekt een gevoel van bescherming op dat ik nog nooit eerder zo sterk heb gevoeld.

Ik ben zo blij dat je in ons leven bent lieve kleine Robin. Je bent zo’n bron van vrolijkheid, zo’n grapjas, zo’n lieverd, maar ook zo’n draak. Ik heb altijd tegen Martine gezegd: snel veel kindjes, maar daar denk ik nu anders over. Niet omdat ik het niet meer wil, maar omdat ik voorlopig nog even heel erg veel alleen van jou wil houden.

Je houdt van grapjes, dat vind ik zo geweldig en als er een liedje begint, begin je onbedaarlijk te swingen, al kun je nog niet eens lopen. Dan droom ik over de toekomst, over samen liedjes schrijven, ik als tekstschrijver, jij als componist. Dan realiseer ik me ineens dat alles waar ik voor heb geknokt, alles waar ik van droom, misschien helemaal niet bedoeld is om te gebeuren in mijn leven, maar dat het ook een voorbereiding kan zijn voor de mooie dingen die jou straks te wachten staan. Ik één gouden plaat aan de muur, jij honderd. Dat lijkt me fantastisch. Jouw komst heeft mijn eigen geluk en ambities zoveel minder belangrijk gemaakt. Want jij bent het. Jij bent mijn geluk, jij bent mijn ambitie.

Ik hou van je Robin, zo ontzettend veel meer dan ik onder woorden kan brengen. Ik heb er geen liedjes over geschreven, zelfs geen gedicht, simpelweg omdat de woorden het gevoel tekort doen. Ik zie alles in je ogen. Mezelf, mijn moeder, mijn vader, en dat voelt zo gek, maar zo bijzonder. Het maakt duidelijk dat alles overnieuw begint en tegelijkertijd verdergaat.
En wat maak je opa gelukkig lieve schat. Je kunt niet repareren wat er stuk is in zijn leven, maar je vult het gat in zijn bestaan met je eindeloze en onvoorwaardelijke liefde en je laat hem lachen en grapjes maken. Je heelt, zonder het te weten.

Lief vriendje, je wordt vandaag 1 jaar. Dat is omgevlogen en dat boezemt me angst in. Het gaat zo hard, zelfs al was ik me daarvan bewust. Maar het geeft niet. Het jaar is omgevlogen, maar niet zonder dat ik van je heb genoten. Samen eten, samen spelen, samen zingen, samen delen, samen lachen, samen dansen, samen stiekem met je mama sjansen, samen huilen, samen slapen, samen Smarties van de grond af rapen, samen kruipen, samen lopen, samen stiekem extra speelgoed kopen.

Vanaf het moment dat jij bent geboren, draait mijn leven niet meer om mij. Het draait om jou en dat vind ik heerlijk. Jij bent m’n missie, jij bent m’n doel, maar boven alles ben je m’n aller, allerbeste vriendje. Ik gun je de wereld, en de wereld zul je van me krijgen. Ik kan en mag je niet altijd beschermen, maar ik zal het proberen. De wereld veroveren met wat ik kan, dat was ooit mijn droom en mijn grootste ambitie. Een lege ambitie realiseer ik me, nu mijn grootste droom alleen nog is dat ik een wereld voor je kan scheppen die zo magisch en bijzonder is als ik hem zie. Je hebt een hart van goud, dat voel ik aan alles en daar ben ik zo ontzettend dankbaar voor. De rest moet van ons komen, en daar doen we ons best voor.

Lieve Robin. Geniet van je verjaardag en alle dagen die daarna volgen (ook de zondag). Vriendje is en zal altijd je naam blijven voor mij. Vriendje Robin, de superheld die Batman voorgoed van z’n troon stootte!

Bedankt dat ik je papa mag zijn.


[ Read More ]

Posted by Martin Gijzemijter - - 11 reacties

Afgelopen zaterdag bezocht ik een theatervoorstelling van Ali B, genaamd Ali B geeft antwoord. Waarop dan? Ja, dat is een beetje waar de theatershow om draait. Ik ben nooit een gigantische fan geweest van Ali B, vond het altijd een beetje, tja, wat zal ik zeggen, de Tatjana Simic onder de Marokkanen: je intelligenter voordoen dan je bent. Ergens wist ik het wel dat ik het bij het verkeerde eind had (wat Ali B betreft dan, zeker niet wat Tatjana betreft), maarja, je aan iemand ergeren is nu eenmaal lekker makkelijk, dus daar bleef ik in hangen.

Waarom tel ik dan 20 euro neer voor een kaartje voor een show waar ik niets van weet? Omdat iemand die ik dit jaar heb leren kennen me had aangeraden om die show te bezoeken als ik de kans kreeg. De voorstelling speelde zich zo’n 500 meter van mijn huis af, hetgeen ik prima vond kwalificeren als ‘de kans krijgen’. Met een select groepje zijn we naar de voorstelling gegaan. Ik herinner me nog dat ik tegen m’n zusje zei: ‘Ik weet echt wel dat ik hier redelijk bekeerd naar buiten ga lopen’. Bekeerd richting Ali B uiteraard, niet richting de Islam.  Het bleek een understatement.

Wat een bijzondere voorstelling was dat. Ali B geeft antwoord. Maar waarop dan? Op een beetje onnozele vragen uit een wat suffig publiek vol huiverige Lelystedelingen. Het maakte niet uit, want Ali B wist allang wat hij zou gaan vertellen. Tenminste, dat, óf hij heeft echt twintig theaterprogramma’s in zijn hoofd en dat lijkt me schier onmogelijk. Met één stukje uit de voorstelling maakte hij zich, in mijn ogen althans, onsterfelijk. ‘Als je ergens heel erg tegen bent, dan draag je in feite bij aan dat waar je tegen bent. Je kunt veel beter positief zijn, en vóór hetgeen zijn dat het tegenovergestelde is van dat waar je tegen bent’. Toen hij die woorden voor het eerst uitsprak klonk het als onzin. Maar na zijn uitleg werd duidelijk dat het precies inhaakte op mijn favoriete theorie waarover ik al zo vaak geschreven heb: ‘Duisternis is niets anders dan de afwezigheid van licht. Doe onaardig tegen iemand die je slecht behandelt, en je wordt zelf precies die persoon. Blijf positiviteit sturen en je zult die persoon uiteindelijk veranderen’.

Het was de kennis die ik al had, verpakt in een prachtige zin ‘wees niet tegen, maar wees voor het tegenovergestelde van dat waar je tegen bent’. Het was één van die levensveranderende momenten, zo’n moment dat je denkt, dit wil ik vasthouden, hier wil ik iets mee doen. Wat een bewondering kan iemand in een paar uur kweken en wat voelde ik me dom en oppervlakkig achteraf.

Maar wat ik dan altijd nog het mooist vind, is wanneer ik me realiseer hoeveel er voor nodig was om mij in die zaal te krijgen zaterdagavond. Ik was daar nooit geweest als ik Jan Jaap niet had ontmoet. Jan Jaap had ik nooit ontmoet als ik mijn boek niet had geschreven en op Ten Pages had gezet. Dat had ik nooit gedaan als Mickey (mijn grote vriend in LA) me niet had overgehaald om mijn boek te schrijven, Mickey die ik nooit had ontmoet als ik het tijdschrift niet was begonnen dat ik samen met Martine was gestart. Het tijdschrift dat ik nooit zou hebben gehad als ik Martine niet had ontmoet. Zo kan ik nog veel verder terug. Dat klinkt melodramatisch, maar waarheid is het wel. Honderden, misschien wel duizenden kleine gebeurtenissen waren nodig om ervoor te zorgen dat ik op zaterdag deze prachtige les mocht leren. En dan heb ik het nog niet eens over wat er voor nodig was om ervoor te zorgen dat Ali B op een zaterdagavond optrad in Lelystad.

Wat is de wereld toch een wonderlijke plek.
[ Read More ]

Posted by Martin Gijzemijter - - 4 reacties

Ik zou je willen zeggen,
hoe het voelt dat jij er bent.
Maar een woord voor zoveel liefde,
heb ik nog altijd niet herkend.

Ik zou je willen vragen,
hoe je het leven nu ervaart.
Maar de blik die je me toewerpt,
is veel meer dan woorden waard.

Graag zou ik je beschermen,
voor al het slechte om je heen.
Helaas kan dat maar een klein beetje,
de grootste strijd vecht je alleen.

Ik kan niet zeggen, vragen, redden,
hoe graag ik dat ook willen zou.
Dus hoop ik maar dat je aan alles voelt,
hoeveel ik van je hou.

Papa
[ Read More ]

Posted by Martin Gijzemijter - - 1 reacties



Het is de zin waar Martine in de acht jaar dat we samen zijn een gruwelijke hekel aan heeft gekregen. Ik heb namelijk jeuk op mijn rug. Niet soms, niet vaak, maar eigenlijk altijd. Nu schijnt dat niet een persoonlijk manco van mij te zijn, maar een probleem waar het hele mannelijke geslacht mee te maken heeft, het is een verslaving. Overdag openbaart het zich niet echt, dan ben ik gewoon aan het werk en is er niets aan de hand.

Maar ’s avonds? Zo vlak voor het slapen gaan, ja dan openbaart het zich ineens. Zo’n kriebel, midden op je rug, waar je met de beste wil van de wereld niet bij kunt met je eigen armen. Het liefst gaat Martine eerder slapen dan ik, want ik ga haar niet wakker maken (hoogstens een keer iets te hard binnekomen ‘oeps sliep je?’. Gaan we tegelijk slapen, dan is ze sowieso de pineut. ‘Kun je zo wel even krabben?’, waarop een lange tragische zucht klinkt aan de andere kant van de kamer. Ik weet dat het haar irriteert, ik weet dat ze het zat is, maar de jeuk, de jeuk!

Erger is nog als de rollen zijn omgedraaid. Dan ben ik moe en ga eerder slapen dan zij. Dan komt ze heel zachtjes de kamer binnen, want ze wil me niet wakkermaken. Deels omdat ze lief is, deels omdat ze dan haar lot ontloopt. Op haar tenen loopt ze naar het bed, gaat tussen de lakens liggen, trots dat ik nog altijd niet wakker ben. Twee punt drie seconden heb ik dan. Want als ze eenmaal lekker ligt, dan kan ik het schudden. ‘Kun je even krabben?’ roep ik snel. ‘Fuck, fuck, fuck!’ ze roept het niet, maar ik hoor het haar denken.

Dan is het natuurlijk nog de vraag wat voor soort jeuk het is. Want de mannelijke rug kent belachelijk veel soorten jeuk. Je hebt de lokale prikjeuk, die netjes op één plek blijft, maar die zich verstopt als je krabt. Om daarna stiekem en venijnig terug te keren als de krabber weer is vertrokken. Dan is er nog de racejeuk, de jeuk die begint, maar gaat reizen zodra er gekrabd wordt. ‘Ja daar! Nee, naar links, links, andere links! Naar beneden, oh nee stukje terug, ja daar! Oh, toch niet’. Bewonderenswaardig hoe de krabber altijd netjes begint met orders opvolgen en op het laatst uit frustratie vol de nagels over je hele rug haalt, om zo effectief jeuk te vervangen door pijn.

De ergste jeuk is echter de fantoomjeuk. De jeuk die je voelt, maar niet kunt plaatsen. ‘Waar heb je jeuk dan?’ ‘Ja volgens mij links op mijn rug’ ‘Hier’?  ‘Hmmm misschien toch mijn arm’. De krabber is kansloos en fantoomjeuk resulteert altijd in twee gefrustreerde mensen. De één omdat ze voor niets heeft gekrabd, de ander omdat het euvel niet is verholpen.

Nachtenlang heb ik in bed gefantaseerd over complete systemen die je zou kunnen bedenken om dit probleem op te lossen. Een t-shirt met vakjes op je rug, met corresponderend schema op papier. ‘De jeuk gaat nu van A5 naar B3, haast je!’ Een spijkerbed klinkt ook zo fijn, of een ruggenkrabber met scherpe punten ipv die botte houten krengen (slecht plan, slecht plan).

Ik heb de jeuk altijd verfoeid, maar gisteren had ik, uiteraard tijdens het krabben, een gesprek met Martine. Ineens realiseerde ik het me ‘Weet je?’ zei ik. ‘Mocht onze liefde ooit doven, mocht zelfs Robin ons niet meer bij elkaar kunnen houden, dan zal de jeuk ons huwelijk redden’. Ik zou vast kunnen leren van iemand anders te houden, maar krabben zoals zij? Dat kan na acht jaar niemand beter!
[ Read More ]

Posted by Martin Gijzemijter - - 1 reacties

Ik zou willen dat het een titel was die ik zelf had bedacht, maar het is de titel van een prachtig liedje van Stef Bos. Nouja de tekst is dan prachtig, want ik vind nog steeds dat Stef Bos zingt als Bob Ross die z’n borsthaar laat epileren.

Een hele simpele zin, maar wat zit er een verhaal achter. Ik vroeg het me vanavond weer eens af na een gesprek met een oude bekende. Ze vond me veranderd, iets dat ik kon beamen. Ik ben niet meer dezelfde als vijf jaar geleden (wie wel) en daar ben ik dankbaar voor. De laatste jaren heb ik ineens heel sterk het gevoel dat ik weet wat ik kan en wat ik wil en dat ik doe waar ik goed in ben. Dat heeft me rust gegeven. Natuurlijk haalt dat ook de uitdaging weg in de dingen die ik doe, maar voor nu vind ik het fijn. De rust van jezelf zijn.

Maar is dit hem dan? Is dit de Martin die ik had moeten zijn en altijd op weg was te worden? Toen ik 8 was liep ik over een pad naar school en besloot dat later, als ik een man was, dan zou ik dit pad nogmaals bewandelen, terugdenkend aan deze dag, een brug in gedachten slaan tussen twee perioden in mijn leven. Is die periode aangebroken? Als dat zo is, dan weet ik niet of ik daar blij mee ben, want er is nog veel meer dat ik wil doen, veel meer dat ik wil zijn. Iemand die niet zoveel piekert, die leert te genieten van wat hij heeft en niet te balen wat wat hij had willen hebben en wat misschien nooit meer komt.

Is dit nu later als je groot bent? Zijn de herinneringen die ik koester aan dat ene leuke sinterklaasliedje in Kinderen voor Kinderen, aan Bassie en Adriaan (verrek, de robot heet Robin!), aan Masters of the Universe, Spanning in Slagharen, aan Captain Planet en de ViewMaster, zijn dat nou mijn ‘vroeger toen alles beter was’ momenten? Ik vraag het me regelmatig af. Ik ben pas 32, en tegenwoordig begint het leven geloof ik bij vijftig, dat is geruststellend.

Ik weet nog goed dat ik op mijn 18e de laatste gang maakte met mijn klasgenoten naar de Mediatheek op school, me volledig bewust (te bewust) dat dit het einde was van een tijdperk. In slow-motion met muziek, want zo werkt mijn hoofd. Ik weet nog precies mijn gedachten, me bewust van het feit dat er een leven op me wachtte vol onverwachte gebeurtenissen die mijn visie op alles volledig zou veranderen, zou doen rijpen. Ik kon dat moeilijk verkroppen: weten dat je nog niets weet, dat je nog een groentje bent en niets anders kunnen doen dan wachten tot de jaren, het geluk en het leed die kennis bij je komen brengen.

Stiekem mis ik hem nog wel eens, oude ik. Oude ik die meningen had. Die vond dat het feit dat ergens een handleiding voor bestond, niet betekende dat het ook daadwerkelijk zo moest zijn. Immers de handleiding was ook door iemand geschreven. Die vond dat je altijd moest zeggen waar het op staat, ook al kostte je dat je leuke baan bij Veronica. Het was een maf mannetje. Ik weet het niet, is dit nu later als je groot bent? Ben ik over vijf jaar totaal iemand anders en kijk ik dan lachend terug op alles dat ik nu dacht te weten?

De tijd zal het wederom leren. Voorlopig zie ik mezelf nog niet op dat pad lopen, al realiseer ik me telkens wanneer Robin me vol bewondering aankijkt, dat ik geen jongetje meer ben. Misschien is groot zijn dan niet iets dat je voelt, maar iets dat men in je ziet. In dat geval mag het vandaag zijn. Voor Robin.
[ Read More ]

Posted by Martin Gijzemijter - - 4 reacties

Gisteren las ik een pijnlijk bericht op de Telegraaf over twee vrouwen op een oranje tandem, die in Argentinië geschept waren door een vrachtwagen. Hartstikke dood. Opmerkelijk vond ik het wel, want een oranje tandem lijkt me nou niet echt eenvoudig te missen (al heeft de chauffeur dat letterlijk gesproken ook niet gedaan), maar onwerkelijk vond ik het des te meer. De twee dames hielden namelijk een blog bij, zei de Telegraaf en tja, dat moest ik even Googlen. Dan lees je dus een vrolijk bericht over dankbaarheid, beseffen hoe goed je het hebt, geschreven door het betreffende tweetal op dezelfde dag. Stukje getypt, laptop dicht, naar buiten en boem! Over.

Nog pijnlijker is dat je kunt terugbladeren in de reacties. Alsof je het leven kunt terugspoelen, terug in de tijd kunt gaan tot het moment waarop het tragedie niet meer is. ‘Gecondoleerd lees’ ik. ‘Wat een verschrikkelijk drama’. ‘Ik las net op de Telegraaf dat’. Dan ineens op de volgende pagina: ‘succes meiden, doen jullie voorzichtig?’. Ik vind het tegelijkertijd bijzonder en conflicterend, dat internet je in staat stelt om te doen wat je in het echte leven niet kunt: tijdreizen!

Naar aanleiding van een blog dat ik twee weken geleden schreef over je dromen najagen, kreeg ik onverwacht veel vragen. Vragen van mensen die zich afvroegen hoe je dat precies doet, je dromen najagen. Ja weet ik veel, ik leef ook pas voor het eerst. Ze vragen het aan iemand die de dagen achter zijn computer slijt in een wanhopige poging om financiële ellende uit het verleden een plekje te geven. Dat gezegd hebbende, heb ik wel een heel fijn leven. Ik ga twee keer per jaar naar Amerika, letterlijk om op te laden, mogelijkheden te zien en vrienden te ontmoeten. Dat geld kan ik beter besteden, ervan uitgaande dat er een morgen is.

We gaan redelijk vaak uit eten, bestellen redelijk vaak wat, pikken regelmatig een bisocoopje of iets anders leuks. Natuurlijk dat zijn geen bedragen waarmee ik ook maar een gat kan slaan in die financiële muur van het verleden, maar ik zou het slimmer kunnen besteden, ervan uitgaande dat er een morgen is.

Maar dat is nu juist het punt, ik weet niet of die morgen er is en jij ook niet. Ik werk me echt kapot, maar doe ook extreme dingen waar ik van geniet, of het nu reizen naar Amerika is, mijn boek schrijven, dingen in de muziek, of gewoon lekker eten. De afgelopen jaren heb ik regelmatig gehoord: ‘Jij durft je dromen na te jagen, dat vind ik zo geweldig!’. Je zou denken dat het m’n ego streelt, maar het heeft het tegenovergestelde effect. Je dromen najagen zou niet iets bijzonders moeten zijn. Het is je geboorterecht, een verplichting aan jezelf. Als je zoiets roept dan is de reactie steevast: ‘Ja maar je kent mijn situatie niet, ik kan niet, ik weet niet, ik zie niet…’. Laat ik daar duidelijk over zijn: er is altijd een uitweg. Altijd. Er is niets moeilijkers dan afstand nemen van je eigen leven en zien wat die uitweg is, iemand anders kan hem niet voor je vinden en de uitweg hoeft ook niet altijd over rozen te gaan.

Maar kom op! Denk even aan de afgelopen tien jaar van je leven. Wat je hebt gedaan, wat je hebt bereikt, wat je had willen bereiken. Voel hoe snel ze zijn omgevlogen. Ja misschien heb je nu kinderen, verantwoordelijkheden, heck, misschien heb je schulden. Maar dat wil niet zeggen dat je niet kunt doen waar je van droomt, dat je niet kunt doen waar je voor gemaakt bent.

Die snelheid waarmee de afgelopen tien jaar zijn vervlogen, zal zich alleen nog maar verdubbelen. Hoe ouder je wordt, hoe sneller het gaat. Hoe voel je je, denk je, als je tachtig, negentig, wie weet, honderd bent, en je hebt niet gedaan waar je altijd van droomde. Niet alleen dat: je hebt niet gedaan waar je van droomde en je weet dat alle kansen daartoe zijn vervlogen. Pas als het écht niet meer kan, dán weet je dat alle beperkingen die je zojuist voor jezelf hebt opgesomd, ook de beperkingen zijn die je jezelf hebt opgelegd. Je leeft maar één keer, dat heb je vast eindeloos vaak gehoord, en misschien nog vaker zelf gedacht. Maar besef je ook wat het betekent, dat er écht een dag komt dat het te laat is, voorbij, over en uit. Kansen vervlogen. Die dag is niet vandaag.

Neem eens een dag vrij, ga op het strand zitten met de wind in je haren en vraag je af wie je bent. Wie je bent, wat je doet en vooral, wat je zou willen doen. Denk niet aan de beperkingen, aan de mogelijkheden of onmogelijkheden. Wie ben jij, wat wil je. Daarna sta je op en ga je leven verdomme. Vandaag, niet morgen.

Waarom? Omdat je het kunt. Jij zeker!


Gisteren las ik een pijnlijk bericht op de Telegraaf over twee vrouwen op een oranje tandem, die in Argentinië geschept waren door een vrachtwagen. Hartstikke dood, maar wel pas nadat ze geleefd hadden.
[ Read More ]

Posted by Martin Gijzemijter - - 6 reacties

Heb je ooit wel eens in een lift gestaan met een vreemde? Tenzij je een heel sociaal mens bent, heeft dat ongetwijfeld tot een ongemakkelijke stilte geleid. Een liftritje van tien seconden kan dan eenvoudig veranderen in een marteling die minutenlang lijkt te duren. Niet aankijken, vooral niet aankijken. Maar waarheen dan wel? Wie is er ooit op het belachelijke idee gekomen om een spiegel in de lift te hangen? Het ergste is dat niet alleen jij je van de situatie bewust bent, de ander doet precies hetzelfde. Om vervolgens zonder blikken of blozen een 'fijne dag nog' uit te gooien als de deuren zich openen. Een prima voorbeeld van hoe emotioneel gehandicapt we zijn geraakt, volledig niet meer in staat tot spontane sociale interactie.

Ik heb me lang geïrriteerd aan dat gedrag, vooral wanneer ik het zelf vertoonde. Tot ik ineens een oplossing vond, eentje die te simpel is voor woorden. Er is namelijk maar één woord nodig om de ongemakkelijke situatie in de lift te verhelpen.

'liftstilte'

Het is het enige dat je hoeft te zeggen om het ijs te breken. Het woord snijdt als een mes van opluchting door de spanning en veroorzaakte bijna altijd een lach, vaak zelfs een kort gesprek. Dat heeft niet zoveel met het woord te maken, alswel met wat het woord doet: de situatie benoemen. 'Liftstilte' is zo effectief omdat het in één woord de situatie vangt die beide partijen ervaren en daarmee het bestaan van die situatie onmogelijk maakt.

Het begon met een lift, maar ik leerde al snel dat het werkt op veel meer vlakken. Sterker nog, het werkt in alle facetten van het leven. Toen mijn moeder net was overleden had mijn vader een hele moeilijke periode. Soms goede dagen, vaak slechte. Op slechte dagen zocht hij ruzie. Dat zorgde voor stress, totdat ik dezelfde truc leerde toepassen. 'Je hebt het moeilijk vandaag hè?' is alles dat ik hoefde te zeggen. Woede veranderde in verdriet en een gewoon gesprek werd mogelijk.

Benoem het en het zal verdwijnen. Het werkt zonder uitzondering voor alles. 'Waarom schreeuw je tegen me?' en het schreeuwen zal stoppen, 'Ben je boos op me?' en de lucht klaart onmiddellijk op. 'Zit mijn haar misschien gek?' en je weet direct of die dwalende blik iets te betekenen had of niet. Maar ook diepere zaken: 'Vind je mij niet aardig?', 'heb ik je misschien beledigd?' en ga zo maar door. Het zijn vaak de gedachten die je al in je hoofd hebt, maar die je op een of andere reden geleerd hebt niet uit te spreken.

Dat is jammer, want als je leert juist die gedachten uit te spreken, maak je het leven voor jezelf eindeloos veel eenvoudiger. Dan stop je met projecteren en begin je met informeren. Benoem het en het zal verdwijnen.

[ Read More ]